‘Goedenavond.’

‘Goedenavond, welkom, gaat u zitten. Kan ik u wat te drinken inschenken?’

‘Ja, alstublieft. En we willen meteen bestellen.’

‘Dat kan, ik ga even de kaart voor u halen…’

‘Nee nee, dat hoeft niet hoor. Wij willen graag dat de kok ons verrast. Wij willen graag zien wat-ie allemaal kan.’

‘Ach zo. Eh… natuurlijk. Ik weet niet hoor… Dat zal ik moeten vragen…’

‘En het is een pitch.’

‘Pardon? Hoe bedoelt u? Een wat?’

‘Een pitch. Kent u dat niet?’

‘Nee, sorry meneer. Wat is dat dan?’

‘Oh wat raar. Nou, wij vragen of uw kok wat lekkers voor ons klaarmaakt en dat vragen we ook aan de kok van het restaurant hiernaast. En van het restaurant daarnaast. En degene die het beste gerecht voor ons klaarmaakt, die wordt het. En de prijs moet natuurlijk goed zijn.’

‘Oh, op die manier. U bedoelt proefeten. Dat u dan later met een groot gezelschap terugkomt…’

‘Nee nee. Degene die wint, die betalen we…’

‘Huh…? Dat lijkt mij niet hè. U kunt hier best eten bestellen, maar dat moet u gewoon betalen hoor.’

‘Hoezo? Ik weet toch niet of het eten dat u serveert wel lekker is? Of gaar? En ik proef alleen maar hoor. Ik eet het niet op. Dat doe ik als ik mijn keuze heb gemaakt.’

‘Dat lijkt mij niet meneer. Als onze kok een gerecht maakt, dan moet u dat betalen. Hij werkt hier niet gratis hè. Dus wilt u nu wat bestellen of niet?’

‘Nou nou, niet zo’n toontje. Bij ons in de branche is het heel normaal. Maar weet u wat, blijkbaar wilt u geen klanten. Wij gaan wel naar hiernaast. De groeten.’

:Jan